Dadendrang is bij Matt Cole niet te sluiten (Tubantia)
BELTRUM - Samen met zijn kinderen, die hem op de fiets vergezellen, begon wheeler Matt Cole uit Beltrum zaterdag even na elf uur in de ochtend aan zijn tocht per rolstoel. In 29 dagen wil hij 1200 kilometer rijden, dwars door alle provincies van Nederland.
Een huzarenstukje. En daar is het de Brit, die sinds een paar jaar in Beltrum woont, juist om te doen. Waar de maatschappij volgens hem snel geneigd is mensen met hetzij een lichamelijke, hetzij een geestelijke beperking toch vooral op hun gebreken te beoordelen, is over de volle breedte - met name in de zorg - een hele nieuwe tendens ontstaan. Eén van: het is veel belangrijker wat je wel kunt dan wat je niet kunt.
Matt Cole is zo’n beetje de belichaming van die gedachte. Cole had zich na een auto-ongeluk neer te leggen bij het keiharde feit dat hij nooit meer zou kunnen lopen. ‘Oké, maar er is heel veel dat ik nog wel kan. En dat wil ik hiermee laten zien’, liet hij vlak voor vertrek weten.
Nadat wethouder Leo Scharenborg van de gemeente Berkelland de moeite neemt om Cole uit te zwaaien, bedankt even later de voorzitter van de Stichting Sceer, Cole voor zijn moedige onderneming. Want met zijn rondgang brengt Cole ook nog wat geld bijeen ten gunste van de stichting die wetenschappelijk onderzoek naar dwarslaesie ondersteunt.
Cole en zijn kinderen Libby (15) en Jim (12) horen de sprekers rustig aan, maar willen het liefst zo snel mogelijk van start. Hier hebben ze lang op moeten wachten. Ze hebben iets eerder vrij gekregen van school om de tocht met Matt te kunnen maken. De hoofdpersoon oogt relaxt in een gloednieuwe, door de Canadese firma Varna gesponsorde handfiets, maar is dat in werkelijkheid niet. De spanning is de afgelopen dagen behoorlijk opgelopen. ‘Afgelopen nacht heb ik maar een paar uurtjes geslapen. De nacht ervoor helemaal niet’, lacht Cole. ‘Moeten we de komende dagen maar een beetje vroeger de tent in. De opwinding over deze monstertocht was zo groot dat het onmogelijk was om rustig de slaap te vatten.’
Cole herinnert zich de woorden van de specialist in het Nijmeegse Radboudziekenhuis nog goed: ‘Matt, je komt er wel.’ En dat is ook de boodschap die de Beltrummer met deze tocht andere mensen met een dwarslaesie hoopt mee te geven. ‘Probeer het leven weer op te pakken, hoe moeilijk dat ook is. Toon wilskracht en doorzettingsvermogen. Dat is mijn boodschap.’ Daarnaast probeert Cole sponsorgeld binnen te halen om onderzoek naar dwarslaesie te ondersteunen en bekendheid te geven aan fabrikanten die hun producten aanpassen en afstemmen op mensen met een beperking. ‘Dit is een geweldige uitdaging. Een uitdaging, waarmee je kunt aantonen dat er nog heel veel mogelijk is, ook al kun je niet meer lopen. Dat wil ik met deze tocht bewijzen en zo ook lotgenoten stimuleren om niet bij de pakken neer te gaan zitten.’
Vriendin Julie wordt het pal voor vertrek even te veel. Terwijl ze foto’s schiet van het moment dat Matt en de kinderen op pad gaan, verschijnt er ineens een lach door de tranen heen. ‘Vermoeidheid’, veegt ze de waterlanders weg. ‘Laten we het daar maar op houden.’ En ze geeft haar partner en de kinderen nog snel een dikke pakkerd. ‘Nee, het is niet zo dat ik ze lange tijd niet zie. Ik ga er met de camper en de fiets achteraan’, wijst ze naar een luxe campingcar. ‘Die hebben we een week te leen gekregen voor deze expeditie. Verder zullen we de komende weken overnachten in tenten. Het is een hele onderneming. Maar Matt moest dit doen.’
En dan valt het startschot op de parkeerplaats van sportschool The Chariot waar Cole zich maandenlang heeft voorbereid op de monstertocht. Hier wil hij samen met zijn kinderen over 29 dagen ook weer terugkeren.