Revalidatie en Revalideren
Om te kunnen revalideren moet eerst een eventuele wervelbreuk genezen zijn. Gebroken wervels worden meestal tijdens een operatie vastgezet, waarna een periode volgt waarin een korset, een halskraag of een Halo-vest gedragen moet worden. Het revalidatieplan blijft beperkt totdat de breuk volledig geheeld is. Verder is een goede zithouding belangrijk. Een voorwaarde om te kunnen zitten is dat de huid intact is. Zodra zitten goed gaat, kan je gaan werken aan het versterken van de spieren waar je nog controle over hebt. Ook het soepel houden van de spieren en gewrichten is een belangrijk onderdeel van de revalidatie. Hiermee wordt verstijving van de gewrichten voorkomen. Dit is belangrijk omdat er dan minder beperkingen zijn bij de zelfverzorging en omdat het makkelijker wordt vrij te bewegen in de rolstoel.
Omgaan met uw lichaam
Daarnaast leert u in de eerste fase omgaan met uw eigen lichaam na de dwarslaesie en met de mogelijkheden die u nog hebt. Dit zal niet altijd even gemakkelijk zijn. U wordt hierbij begeleid door de therapeuten en de verpleging. Samen met u wordt een revalidatieplan opgesteld om u in staat te stellen zo zelfstandig mogelijk te worden.
Activiteiten van het Dagelijks Leven
Je begint als revalidant activiteiten van het dagelijks leven te oefenen, zoals wassen en aankleden. Je leert zo goed mogelijk je balans te bewaren en - afhankelijk van de hoogte van de laesie - je van bed naar een rolstoel of van rolstoel naar een autostoel te verplaatsen. Je oefent met een rolstoel en werkt aan het verbeteren van de conditie. Er wordt verder getraind in het omgaan met blaas- en darmstoornissen. Je krijgt informatie over praktische zaken als woonomstandigheden en mogelijkheden om te werken. Meestal worden procedures gestart voor de aanvraag van hulpmiddelen of woningaanpassingen. Ook wordt stilgestaan bij de psychische kant van de situatie.