Bloeddruk
Ontregeling van het eerder genoemde autonome zenuwstelsel kan onder meer gevolgen hebben voor de bloeddruk. Bij dwarslaesies boven de zesde borstwervel kan ‘autonome dysregulatie’ ontstaan, waarbij de bloeddruk plotseling sterk stijgt. Hoewel dit lang niet iedereen met een hoge laesie overkomt, is het belangrijk van dit verschijnsel op de hoogte te zijn omdat het erg gevaarlijk is.
Aanleiding voor de stijging
Aanleiding voor de stijging is meestal een waarschuwende prikkel in een ‘hol’ orgaan beneden de dwarslaesie, zoals een te volle blaas of darm, of een pijnprikkel in de baarmoeder. Als de prikkel niet wordt herkend, vernauwen de bloedvaten onder het niveau van de dwarslaesie zich. De bloedvaten boven de laesie proberen dat tevergeefs te compenseren door zich te verwijden en de bloeddruk stijgt.
Zweten en Opvliegers
Een aanval kan zich uiten door zweten, opvliegers, afschuwelijk bonkende hoofdpijn, vlekken voor de ogen, een warme, rode huid in het gezicht, een verstopte neus of angstgevoel. Bij een aanval moet altijd eerst de blaas door middel van een katheter worden geleegd. Zo nodig wordt daarna de darm met een vinger geleegd. Vervolgens is het van belang zoveel mogelijk rechtop te gaan zitten, en steunkousen en andere klemmende kledingstukken uit te doen. Als dit allemaal niet helpt, moet een arts worden gewaarschuwd en moet de bloeddruk met medicatie naar beneden worden gebracht.
Huid
De huid is een punt van voortdurende zorg na een dwarslaesie. De huid is kwetsbaarder geworden, doordat de bloedsomloop en de conditie van de spieren onder de huid minder goed zijn dan voorheen. Door de verlamming zit en lig je bovendien relatief veel stil, met als gevolg extra veel druk op de huid. Als lang op één plaats druk wordt uitgeoefend, worden bloedvaten afgekneld. Normaal gesproken geeft dit een branderig of pijnlijk gevoel, zodat je je automatisch even zal verplaatsen. Na een dwarslaesie worden deze signalen meestal niet gevoeld.
Decubitus
Als de druk te lang blijft bestaan, ontstaat ‘decubitus’, ook wel bekend als doorliggen of -zitten. Bij gebrek aan doorbloeding gaat weefsel afsterven. Eerst wordt de huid rood. Als de huid nadat de druk is weggenomen langer dan een half uur rood blijft, is er sprake van een beginnende drukplek. Als de druk blijft, kleurt de huid donkerder. De huid en het onderliggende weefsel gaan kapot. Naarmate de druk langer aanhoudt, zal de ontstane wond dieper zijn. Drukplekken ontstaan op die plaatsen waar het bot direct onder de huid ligt. In zit worden de zitknobbels en het stuitje het meest bedreigd, in lig het stuitje en de hielen, en in zijlig de heupen.
Infectiegevaar
Decubitus ontstaat sneller dan het geneest en het geeft infectiegevaar. Het kan zeer ernstige gevolgen hebben. De enige remedie is het ontlasten van de decubitusplek. Zalfjes en smeerseltjes helpen niet. De grondlegger van de dwarslaesiebehandeling, dr. Guttmann, zei hierover: ‘het maakt niet uit wat je op decubitus legt, als je de revalidant er maar niet op legt!’ Plekken ontstaan logischerwijs op plaatsen waarop veel druk wordt uitgeoefend. Als decubitus ontstaat op het zitvlak, is het nodig in bed te blijven, bij voorkeur liggend op de buik omdat er dan geen druk op de huid staat.
Regelmatige Controle
Al met al ligt het voor de hand dat er alles aan gedaan wordt om decubitus te voorkomen. Een goede lichamelijke en geestelijke conditie en weerstand verkleinen de kans op decubitus. Overgewicht, bepaalde medicijnen en vocht, bijvoorbeeld transpiratie en urine, zijn juist slecht. Een regelmatige controle op decubitus, door de revalidant zelf of door iemand anders, is absoluut noodzakelijk. Als toch decubitus ontstaat, kan dan zo snel mogelijk worden gereageerd.
Ongemerkt Beschadigen
Ook op andere manieren kan de huid ongemerkt beschadigen. Zo kan de huid kapot gaan door stoten bij een transfer of verbranden door een te hete douche, door een kop hete koffie op de benen te plaatsen, door de zon, de verwarming thuis of in de auto, hete waterbuizen, de open haard, enzovoorts. Hierop moet je dus eveneens bedacht zijn.